Roger Van Slambrouck

Neem maar mee, anders zijn de Duitsers ermee weg!

Roger Van Slambrouck werd op 10 mei 1940 wakker gemaakt door zijn vader om naar de vliegtuigen te kijken. De Duitsers waren binnengevallen. De twaalfjarige Roger moest voorzichtig zijn, maar was verder nogal vrij om te gaan en te staan waar hij wou. Hij liep school in de Constitutiestraat en haalde een diploma tuinbouwkunde.

Rogers vader, oorlogsinvalide uit de Grote Oorlog (daarom woonden ze in Heldenstad), besliste om met zijn gezin (vader, moeder, Roger en zijn twee zussen) te vluchten naar Frankrijk. Over Avelgem (waar hij een nonkel had) ging het op de fiets via veilige binnen wegen naar Watou. Daar staken ze de grens over en bleven uiteindelijk in Bergues Plage. Ze leefden en sliepen in strandhokjes, één voor Roger en zijn vader, één voor de meisjes met hun moeder. Op een dag was er een opstootje bij een winkeltje in het dorp. Vader Van Slambrouck ging verkennen. De winkelier gaf de inhoud van zijn hele winkel weg: ‘Anders zijn de Duitsers ermee weg’. Vader kwam terug met een fles rum en snoepgoed. Na zes weken (voor de kinderen in feite strandvakantie) zijn ze teruggefietst naar Deurne. ‘Ons moeder had een soort jarretellen aan, maar die haar kousen vastmaakten aan de rand van hare rok. Om deftig te kunnen fietsen’.

Zwemmen in het Albertkanaal

Tijdens de vakantie kon niemand op vakantie gaan. De jongens gingen in de zomer veel in het Albertkanaal zwemmen. Roger had zelfs een kano liggen. Echt veilig was het niet. De zwemmers probeerde zich soms aan een schip vast te houden en mee te drijven, maar Roger heeft er twee gekend die in de schroef zijn terecht gekomen. Eén heeft het overleefd, de andere niet. Hij is gestorven omdat een aantal ziekenhuizen hem als patiënt weigerden omdat hij geen papieren bij had. Volgens Roger heeft dat incident ervoor gezorgd dat de wet er kwam die stelt dat een ziekenhuis nooit eerste zorg mag weigeren.

Roger maakte zijn school af in het Atheneum en werkte tijdens de oorlog verder als tuinman. Zijn vader, die voor de oorlog bij een Britse firma had gewerkt, verloor zijn job maar vond terug werk bij de gemeente. Hij pikte er voedselbonnen (zoals velen), maar werd betrapt en ontslagen.

Roger had een grote vriendenkring, waarin zwart en wit evenredig vertegenwoordigd was. Zijn familie wou vooral de oorlog overleven en hield in de mate van het mogelijk iedereen te vriend. De familie Van Slambrouck was goed bevriend met de Jos Torfs. Roger had vrienden bij het verzet en vrienden bij de Hitlerjugend. Rik De Bruyn (zie foto’s), ook uit Deurne, was lid van de Britse Intelligence Service. Hij kwam in Duitsland terecht, maar kon nog voor de bevrijding terugkeren.

De bevrijding

4 september 1944 werd Deurne bevrijd. Roger en zijn vrienden zaten op het terras van de kruidenier op het hoekje van de Ter Rivierenlaan en de Turnhoutsebaan. Eén van de Duitse soldaten verloor een handsteelgranaat uit zijn gordel. Eén van de buren heeft die opgeraapt en braaf teruggegeven. De Duitsers die de weg naar Wijnegem vroegen, werden over de Ter Rivierenlaan naar Merksem gestuurd, en zouden uiteindelijk in de Tweemontstraat terechtkomen.

Robbe, een andere vriend, kwam als verzetslid ook in de Tweemontstraat terecht, wilde een compaan redden, maar kreeg een dumdumkogel in de rug.

Op de avond van 4 september werd op de Turnhoutsebaan een feestje gebouwd. Jim, de vriend van de cafédochter van Café Kamiel, op de hoek van de Turnhoutsebaan en de Leeuwlantstraat had uit een Duitse entrepot een stootkar met kleine cognacflesjes scheefgeslagen. Het eindigde met een grote polonaise over de Turnhoutsebaan.

Een parachutist met hoogtevrees

Na de oorlog moest Roger zijn dienstplicht vervullen, maar officieel was België nog steeds in staat van oorlog (tot 15 juni 1949, de Belgische regering besliste om de staat van oorlog nog vier jaar kunstmatig in stand te houden om de militaire rechtbanken de duizenden dossiers inzake incivisme te laten verwerken). Strikt genomen is Roger dus zelfs oorlogsveteraan. Hij wou koste wat het kost parachutist worden en heeft zijn brevet ook gehaald… ondanks zijn hoogtevrees.

Hij werd eerst gekazerneerd aan de Bosuil, waar hij een eerste keer een VI zag vallen. Nadien zat hij bij een Engels Regiment in de school van de Boshovestraat. Op een dag moest hij met een paar kamerdaden in een Jeep in de Kammenstraat inbeslag genomen meubelen gaan halen. Ze waren nauwelijks een paar straten ver toen een VI op de school van de Boshovestraat viel. Als bij wonder viel er toen maar één dode. Ook de feestzaal de Tubax werd getroffen. Op wandel in het Rivierenhof kreeg hij de schrik van zijn leven. Hij hoorde de motor van een VI stilvallen. Na enkele lange seconden schoot de motor terug aan en vloog verder richting Borgerhout.