Jos Van Geel

Op de vlucht met bange vrienden

De familie van Frans Van Geel woonde in de Stevenslei 45, ongeveer ter hoogte van waar nu de Jos Van Geellaan uitkomt. Frans’ zoon, Jos, was arbeider bij de gemeente Deurne, maar was daarnaast ook geëngageerd in tal van verenigingen. Hij speelde o.a. amateurtoneel en was lid van het vrijwillige brandweerkorps van Deurne met standplaats op de Waterbaan.

Jos trouwde met Maria Lambrechts en verhuisde naar de Palinckstraat 142. Ze kregen in december 1939 één zoon die naar grootvader François genoemd werd.

Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, kregen heel wat van Jos’ vrienden schrik. Zij hadden als kind ook de Eerste Wereldoorlog meegemaakt met de vele wraakacties van het Duitse leger op zogenaamde franctireurs en ze kenden vaak de verhalen van hun vaders die aan het front hadden gevochten. Jos nam het initiatief om met een groep jongere vrienden te vluchten richting Frankrijk. Ze trokken steeds verder tot in de Pyreneeën. Na de demobilisatie keerden ze naar huis terug.

Bij de Witte Brigade

De jodenrazzia op 28 en 29 augustus 1942 was voor de Witte Brigade een aanleiding om in hun verzet een versnelling hoger te schakelen. Jos Veerman en Leopold Gilis engageerden Jos Van Geel in de Witte Brigade tijdens de eerste dagen van september 1942. Jos verspreidde sluikbladen zoals ‘La Libre Belgique’, ‘Steeds Vereenigd’ en ‘De Wervelwind’. Hij zorgde ook voor militaire inlichtingen zoals plaats en aantal van afweergeschut, waar de telefoonlijnen van de Duitsers lagen, enzovoorts. Hij bezorgde zegels en eten voor ondergedoken mensen en verborg in 1944 ook een tijdje lang de Nederlands-Antwerpse Jood Samuel Emmerik.

In de nacht van 14 op 15 januari werd het politiekorps van Deurne opgepakt. Tien dagen later, op 25 januari, stond de Sicherheitspolizei bij Van Geel voor de Deur. Hij was, zoals vaak, naar een vergadering. Maria had net de pas vierjarige François in de teil op de tafel gezet om een bad te geven. De Sipo’s wachtten de rest van de avond tot Jos thuiskwam. Hij werd afgevoerd naar de Begijnenstraat.

Samen met de vrouw van Frans De Backer ging Maria Van Geel-Lambrechts naar de Hauptkommandatur op de Meirbrug vragen naar haar man. Daar kregen de vrouwen te horen dat hun echtgenotes N.N.gevangenen waren, en ze er niet moesten op rekenen ooit nog een spoor van hen te vinden. Arm in arm zijn de vrouwen huilend terug naar Deurne gewandeld.

Naar Gross Rosen

Samen met een deel van het politiekorps werd Jos Van Geel op 4 mei 1944 op transport gezet naar Sint-Gillis, vandaar over Keulen naar Gross Strelitz en Gross Rosen, waar hij op 2 december is gestorven. De twee mannen die hem in de Witte Brigade hadden binnengebracht zaten in hetzelfde kamp opgesloten. Leopold Gilis is in Jos Van Geels armen gestorven. Jos Veerman heeft de kampen overleefd.

Veerman hield de acht overlevende agenten en de weduwen samen, zorgde er mee voor dat hun weduwenpensioen in orde kwam en organiseerde regelmatige samenkomsten.

Samen met Jos van Geel werd ook César Vanderheyden opgepakt. Hij is in Buchenwald gestorven. Weduwe Vanderheyden heeft nooit contact gezocht met de andere weduwen en is nooit naar de samenkomsten gegaan. Momenteel weten we niet echt wie Vanderheijden was.